13 mei 2026 · Redactie

De do's en don'ts van DC-bekabeling en stekkerverbindingen (Cross-mating)

Fouten in de DC-bekabeling en connectoren zijn een beruchte oorzaak van vlambogen en brand. Hoe zorgt u ervoor dat uw installatie moeiteloos door de Scope 12-keuring komt?

Als installateur van zonnestroominstallaties wilt u een veilige, brandwerende en hoogwaardige installatie opleveren. Een van de meest kritische onderdelen van de PV-installatie is het DC-traject. Fouten in de DC-bekabeling en connectoren zijn een beruchte oorzaak van vlambogen en brand. Bij een SCIOS Scope 12-inspectie wordt hier dan ook buitengewoon scherp op gecontroleerd. Hoe zorgt u ervoor dat uw installatie moeiteloos door de keuring komt?

Het probleem met 'Cross-mating'

Het is een bekende praktijksituatie: het zonnepaneel heeft een stekker van merk A, en u wilt deze aansluiten op een omvormer of optimizer met een connector van merk B. Volgens bepaling NEN 1010 712.526.10 is het koppelen van DC-stekers en contrastekers van verschillende merken en/of typen simpelweg niet toegestaan. Dergelijke combinaties kunnen leiden tot overgangsweerstanden en hitteontwikkeling.

Toch is er voor de Scope 12-inspectie een zeer strikte uitzondering gemaakt. Stekercombinaties van verschillende fabrikanten mogen uitsluitend worden toegepast tussen het paneel en optimizers of micro-omvormers, mits de combinatie is opgenomen in een specifieke tabel van goedgekeurde en geteste stekers. Let op: als u gebruikmaakt van deze uitzondering, moet u als installateur motiveren waarom NEN 1010 niet is gevolgd, en deze motivatie moet in het inspectierapport worden opgenomen. Bij de aansluitingen op de stringomvormer zelf is cross-mating absoluut nooit toegestaan, omdat de stromen (en daarmee de risico's) daar veel groter zijn.

Regels voor DC-kabels

Voor de bekabeling zelf gelden eveneens strenge eisen. Kabels aan de DC-zijde moeten van het juiste type zijn, te herkennen aan de markering 'H1Z2Z2-K'. Bovendien mogen DC-kabels van verschillende polariteit (plus en min) alleen worden samengelegd wanneer deze dubbel geïsoleerd zijn. Een meeraderige kabel met een extra buitenmantel is niet voldoende, omdat de aders onderling niet dubbel geïsoleerd zijn.

Herstel van DC-bekabeling

Moet u een beschadigde DC-kabel herstellen? Het uitgangspunt is altijd dat de volledige DC-kabel wordt vervangen. Kiest u toch voor herstel, pas dan bij voorkeur niet meer dan 2 herstelpunten toe in een DC-kabel. Zorg ervoor dat u bij persverbindingen materialen gebruikt die specifiek geschikt zijn voor fijnaderige (klasse 5) kabel. Leg connectoren en herstelpunten bovendien nooit direct op de brandbare dakhuid, maar bevestig deze deugdelijk.