24 juni 2026 · Redactie

Vereffening (aarding) van zonnestroominstallaties: Wanneer, waarom en hoe?

Er is veel discussie over de potentiaalvereffening van PV-installaties. Waarom vallen zonnestroominstallaties hier toch vaak over tijdens een Scope 12-inspectie?

Er is in de installatiebranche veel discussie over het functioneel aarden, oftewel de potentiaalvereffening, van metalen delen van zonnestroominstallaties. Aangezien de DC-zijde is uitgevoerd in klasse II (dubbel geïsoleerd), lijkt vereffenen soms overbodig. Waarom vallen PV-installaties hier toch vaak over tijdens een Scope 12-inspectie?

Waarom moet u vereffenen?

De NEN 1010-norm en de Scope 12-richtlijnen zijn hierin helder: functioneel aarden van geleidende niet-stroomvoerende delen van de PV-installatie, inclusief de metalen frames van de PV-modules, is in de regel noodzakelijk. De hoofdredenen hiervoor zijn:

  • De goede werking van de isolatieweerstandsmeting en lekstroommeting van de omvormer.
  • De mogelijkheid om de isolatieweerstand aan de DC-zijde goed te kunnen meten bij een inspectie.
  • Het verkleinen van het risico op gevaarlijke aanraakspanningen.

Deze maatregelen zijn essentieel, omdat de praktijk leert dat er na verloop van tijd door schade of veroudering (zoals delaminatie van panelen) isolatiefouten kunnen ontstaan die brand of schokgevaar veroorzaken.

Wat moet er vereffend worden?

Als installateur moet u ervoor zorgen dat de volgende onderdelen deugdelijk vereffend zijn:

  • PV-panelen (de metalen kaders)
  • De draagconstructie
  • Kabeldraagsystemen (zoals draadgoten)

Technische eisen aan de uitvoering

U mag zelf bepalen waar u de vereffening precies aansluit (aan het paneel of aan het montagesysteem), zolang de Ohmse weerstand tussen de delen maar laag genoeg is. Tijdens de Scope 12-inspectie wordt dit gemeten. De gemeten laagohmige weerstand tussen de onderconstructie en het verbindingspunt met de aardrail moet lager dan of gelijk zijn aan 10 Ohm.

Daarnaast gelden er eisen voor de vereffeningsgeleider zelf. Deze (geïsoleerde of ongeïsoleerde) geleider moet een minimale doorsnede hebben van 4 mm² koper, of een materiaal dat hiermee gelijkwaardig is. Door dit consequent en netjes aan te leggen, levert u niet alleen een veiliger systeem op, maar rolt uw project ook vlekkeloos door de SCIOS-keuring.