De Scope 12 inspectie wordt uitgevoerd door een SCIOS-gecertificeerd inspectiebedrijf, meestal in opdracht van de eigenaar. Wat de inspecteur aantreft, is echter grotendeels het werk van de installateur.
De EBI bij oplevering
De eerste inspectie is de EBI (Eerste of Bijzondere Inspectie). Die is gericht op de kwaliteit van de aanleg: voldoet de installatie aan NEN 1010, NEN-EN-IEC 62446-1 en NEN-EN-IEC 61439-1, aan de instructies van de fabrikant en aan het ontwerp? Een EBI is ook nodig bij een bestaande installatie zonder EBI-basisverslag. Volgens het NIPV zijn veel verzekeraars vanaf 1 januari 2021 een opleverinspectie volgens Scope 12 gaan eisen, soms met een korte termijn: een openbaar clausuleblad bij een VvE-gebouwenverzekering eist bijvoorbeeld bij 50 of meer panelen een EBI binnen twee maanden na de oplevering of de ingangsdatum van de verzekering. Zie het verschil tussen EBI en PI.
Wat de inspecteur van u nodig heeft
- legplan, stringplan en kabelplan;
- een constructieverklaring, tenzij de installatie op een individuele woning ligt of minder dan 50 panelen én minder dan 1.150 kg omvat; TD18 bevat sinds versie 2.0 (2022) een standaard constructieverklaring die de conclusie voor het inspectiebedrijf inzichtelijk maakt;
- de gegevens van panelen en omvormers;
- tekeningen van de verdeelinrichting en de conformiteitsverklaring volgens NEN-EN-IEC 61439-1; sinds TD18 versie 2.3 (augustus 2024) bevat TD18 een aandachtspunt over deze conformiteitsverklaring bij de EBI;
- foto's van delen die na de montage niet meer zichtbaar zijn; TD18 beschrijft hoe de inspecteur met niet-zichtbare delen omgaat.
Ontbrekende of onjuiste informatie is sinds SCIOS Informatieblad 22 versie 2.0 (januari 2024) een eigen groep gebreken (tabel F) en kan dus tot een constatering leiden; TD18 versie 2.5 (januari 2025) licht toe hoe het ontbreken van aangeleverde gegevens wordt beoordeeld. Meetgegevens van de installateur mag de inspecteur alleen bij grote grondgebonden of drijvende installaties en onder voorwaarden overnemen. Zie waarom documentatie nodig is en de oplever- en documentatiechecklist.
Stekercombinaties van verschillende merken
TD18 bevat sinds versie 2.0 een werkwijze voor combinaties van stekers en contrastekers van verschillende fabrikanten. In versie 2.1 (november 2023) heeft SCIOS verduidelijkt dat de tabel met stekercombinaties uitsluitend bedoeld is om de inspecteur ruimte te geven bepaalde combinaties als opmerking in plaats van als constatering te classificeren. De tabel is uitdrukkelijk niet bedoeld om installateurs toe te staan van de norm af te wijken en wordt niet verder uitgebreid. Niet-geteste stekercombinaties in installaties die op of na 1 januari 2017 zijn gemonteerd, leiden ten minste tot de classificatie 'gering' (geel). Zie de do's en don'ts van DC-bekabeling en stekkerverbindingen.
Metingen en andere aandachtspunten
- Aan de AC-zijde beoordeelt de inspecteur de berekende spanningsopdrijving bij de omvormeraansluiting; die mag maximaal 1,5 % zijn. Zie metingen en beproevingen.
- De bliksembeveiliging wordt sinds TD18 versie 2.1 niet meer aan NEN-EN-IEC 62305 getoetst; de inspecteur stelt alleen vast dat deze is gebouwd volgens de specificaties van de maker.
- Het NIPV noemt als installatiefouten die tot problemen kunnen leiden onder meer connectoren die niet goed op elkaar aansluiten, onvoldoende afstand tot dak en dakrand, brandbaar isolatiemateriaal bij de panelen, beschadigde kabels, te weinig kabellengte, een slechte bevestiging en kabels of connectoren in het water.
Herstel en herbeoordeling
Constateringen worden geclassificeerd volgens SCIOS Informatieblad 22: rood moet direct worden veiliggesteld, voor oranje en geel geldt een richttermijn van drie maanden, blauw is een opmerking. De eigenaar is verantwoordelijk voor het herstel; in de praktijk voert de installateur het uit. Leg het herstel vast met foto's en meetgegevens. Een herstelverklaring van de installateur alleen is niet voldoende: het inspectiebedrijf beoordeelt het herstel digitaal of op locatie, en als er nieuwe metingen nodig zijn, volgt een fysieke herinspectie. Herstel en herbeoordeling moeten binnen 12 maanden na de inspectiedatum zijn afgerond; anders is een nieuwe inspectie nodig. Zie constateringen en herinspectie.